Geschiedenis

Meer dan een eeuw!

In 1839 werd de Belgische Rijksloodsdienst als openbare overheidsdienst opgericht. Ondertussen, meer dan een eeuw later, kent de loodsdienst een lange geschiedenis. De Vlaamse havens hebben doorheen de geschiedenis altijd gefungeerd als de 'economische poorten van Vlaanderen'. Hierbij speelden, en spelen nog steeds, de loodsen een belangrijke rol.

Grafische kaart door Vlaming Jodocus Hondius (H. Briggs, R. Brewer, E. Wright; 1597; openbare bibliotheek Brugge)

Tijdens het Ancien Régime

De oudste bekende geschreven bepalingen over het loodsen in Noordwest-Europa zijn opgenomen in de Rollen van Oléron, de vonnissen van Damme en het Consulaat van de zee. In deze bepalingen werden de verhoudingen met de kapitein alsook de aansprakelijkheid van de loods geregeld.

Een publiekrechtelijke organisatie van het loodsen kwam in de Vlaamse regio tot stand onder de Bourgondiërs. Vanaf de vijftiende eeuw moesten de loodsen aan de kust erkend zijn door de stadsbesturen. In Antwerpen werd de organisatie van de loodsdienst ook geregeld door de stadsmagistraat.

Bijzonder is dat de overheid al sinds het Ancien Régime toezicht hield op het loodsen. Dit illustreert onder meer het belang van deze activiteit voor de economische ontplooiing van de Vlaamse havens.

De Franse wetgeving

Zoals op tal van andere domeinen voerden de Franse bezetters rond beloodsing een voor alle streken éénvormig en meer systematische regeling in. Een keizerlijk ‘décret’ van 12 december 1806 regelde de benoeming, de opdrachten en de bezoldiging van de loodsen.

Westerschelde

Het Hollands bewind

Tijdens het Hollands bewind werd de centrale loodsadministratie in Oostende gereorganiseerd. In dezelfde periode werd voor het eerst, bij gemeenteraadsverordeningen, het loodsen binnen de Antwerpse havendokken gereglementeerd.

Beloodsing in 1898
Belgische loods verlaat het schip

De Belgisch-Nederlandse verdragsregeling

De tussen Nederland en België overeengekomen verdragsrechtelijke regeling met betrekking tot het statuut van de Schelde en het kanaal Gent-Terneuzen bevat een aparte reglementering van het loodsen. Enkele van deze teksten werden door de jaren heen herhaaldelijk gewijzigd tot een nieuw verdrag, het Scheldereglement, werd ondertekend op 11 januari 1995. Om tot het Scheldereglement te komen werd rekening gehouden met verschillende aspecten van het tractaat van 5 november 1842 en in het bijzonder de concurrentiepositie tussen de Vlaamse en Nederlandse havens.

Kanaal Gent-Terneuzen
Kanaal Gent-Terneuzen

De oprichting van de Belgische loodsdienst

Na de Belgische omwenteling had de stad Oostende haar oude rechten voor de organisatie van de loodsdienst hernomen. De stad Antwerpen oefende toen al toezicht op het loodsen door middel van een Koninklijk Besluit.

In uitvoering van artikel 9 van het tractaat van 19 april 1839 plaatste de wet van 1 juni 1839 ‘het loodsen van schepen’ definitief onder de bevoegdheid van de centrale regering.

Belgisch loodsvaartuig in 1930

De wet van 3 november 1967 over het loodsen van zeevaartuigen

De toen al sterk verouderde reglementering van de Belgische loodsdienst werd door de wet van 3 november 1967 over het loodsen van zeevaartuigen aangepast aan de feitelijke ontwikkelingen en werd juridisch vaster onderbouwd. Aan de afspraken met Nederland werd niet getornd. Deze wet werd opnieuw gewijzigd bij wet van 30 augustus 1988 waar hoofdzakelijk de aansprakelijkheden verder geregeld werden op basis van de uit oude, vaste en in de betrokken kringen algemeen bekende en aanvaarde rechtspraak.

De staatshervorming van 1988

Door de bijzondere wet van 8 augustus 1988 werd het loodsen van zeevaartuigen aangemerkt als een aangelegenheid waarvoor de Gewesten bevoegd zijn. Hierdoor werden heel wat diensten die heden onder de bevoegdheid van het agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust vallen, overgedragen naar het Vlaamse Gewest.