Windmolenpark

Een verslag van kustloods Luc Geets

Op maandag 7 oktober werd vanuit de haven van Oostende de grootste offshore windturbine, de  ALSTOM – Haliade 150  / 6MW verscheept met het hefschip Bold Tern.

Deze windturbine met een rotordiameter van 150m, elk van de rotorbladen heeft een lengte van 73,5m, maakt het mogelijk om 6MW elektriciteit op te wekken. Dit stemt overeen met het jaarlijkse verbruik van ongeveer 5000 gezinnen.

Het in maart 2013 opgeleverde hefschip Bold Tern is één van  twee nieuwe eenheden van Fred. Olsen Windcarriers AS. Dit bedrijf werd opgericht in 2008 om tegemoet te komen aan de steeds groeiende vraag naar schepen voor transport, plaatsing en onderhoud van offshore windturbines.

Met een lengte van 131,72 m en een breedte van 39 m beschikt het schip over 3 X 3800KW Voith Schneider Propellers voor de voorstuwing waarmee een snelheid van 12 knopen onderhouden kan worden. Vooraan is het vaartuig uitgerust met 3 X 1750 KW Wartsila Lips Tunnel Thrusters. Bovendien beschikt het over een Dynamisch Positioneersysteem, DP2.

Voor het transport wordt de Haliade 150 gedeeltelijk gemonteerd en op het dek van de Bold Tern geplaatst. Twee van de drie rotorbladen worden op de as geplaatst en onder een hoek van 30° op het dek geladen. Hierdoor krijgt het transport de ietwat ongewone afmeting: lengte 150 m en breedte 122 m. De diepgang blijft beperkt tot 56 dm.

Een  transport met deze afmetingen in combinatie met de beperkte ruimte binnen de haven van Oostende maakt  van deze loodsreis een uitdaging, vraagt om bijzondere voorwaarden en het gebruik van full SNMS.

Maandag 7 oktober om 10:30u kwam ik samen met collega Chris Soete aan boord van de Bold Tern.  Het was een zonnige najaarsdag met een zuidelijk briesje. Het vertrek was voorzien om 11:20u zodat er nog ruim tijd was voor het opstarten van de Full SNMS en het maken van manoeuvreerafspraken met de kapitein en stuurman.

Het schip lag bakboord afgemeerd  aan kade 604 waardoor we achteruit moesten manoeuvreren tot de zwaaiplaats. (zie afbeelding). Met de scheepsleiding werd afgesproken dat we dit op het dynamische positioneringssysteem zouden doen. Na het zwaaimanoeuvre zou de besturing op manueel overgeschakeld worden zodat we terug over “normale” manoeuvreereigenschappen voor het schip konden beschikken.

Om 11:10u waren ook de laatste administratieve obstakels, lees verzekeringstechnische kwesties, aangaande het vertrek weggewerkt. Groen licht over de ganse lijn, klaar voor vertrek.

 

In tegenstelling tot de hefvaartuigen die voordien in Oostende afmeerden, Neptune en Goliath, stond dit vaartuig niet op de hefpalen, maar lag het als een normaal schip enkel met meerlijnen langs de kade. Enkele minuten nadat we van Verkeersleiding Oostende de toestemming kregen tot vertrek waren we dan ook al onderweg. Dwars een dertig meter van de kade en dan langzaam, met één knoopje, achteruit naar de zwaaiplaats.

De Bold Tern had zowel vooraan als achteraan op het gigantische brugdek een volledige manoeuvreerconsole wat een enorme hulp was om dit gevaarte veilig achteruit te laten komen. Op dat ogenblik bleek ook duidelijk de meerwaarde van de Full SNMS. Door de constructie van het schip met hefpalen en kranen in combinatie met de geladen windturbine werd het zicht naar achter toe immers sterk belemmerd.

Op de zwaaiplaats aangekomen werd het schip volledig gestopt en gedraaid. Een heikel moment voor de Full SNMS. Zou het systeem zijn maximum nauwkeurigheid, de positie d.m.v. RTK, kunnen behouden? Maar…… geen enkel probleem, met als resultaat een vlekkeloos draaimanoeuvre.Langs deze weg ook onze dank aan collega’s Bart Basyn en Eric De Clercq voor de inmeting van het schip.

Eens gedraaid werd overgeschakeld op manuele bediening. De massale belangstelling op de kaden en het staketsel inspireerde de eerste stuurman tot het geven van “one long blast on the whistle”. Omstreeks 12:10u waren klaar om de haven te verlaten.

Voor de haven van Oostende stond op dat ogenblik nog een lichte ebstroom. Het werd dus zoeken naar een  evenwicht tussen het compenseren van de tijstroom en een aangepaste snelheid om dit gevaarte veilig door de havengeul te loodsen. Uiteindelijk verlieten we de haven van Oostende onder politie escorte met een snelheid van bijna 8 knopen. “Belwind windfarm here we come”.

De aangename condities op zee maakten dat we onze snelheid van 8 knopen gedurende het ganse traject konden behouden. Na een voorspoedige reis bevonden we ons om 13:40u boven de boeienlijn VG2/VG4 waar we ontscheepten op het tendervaartuig “WINDCAT 8” voor een snelle terugtocht naar Oostende.